Functieprofiel Jeugdprofessional

Doel functie
De Jeugdprofessional werkt altijd aan het inzetten en versterken van de eigen kracht van ouders en jeugd. Hij ondersteunt het bij het vinden van oplossingen en het verkrijgen en behouden van regie. Hij heeft oog voor het veilig opgroeien van de jeugdige.
Hij draagt bij aan het beperken van de instroom naar het niet vrij toegankelijke veld en bevordert de uitstroom van zwaardere zorg naar lichtere ondersteuning in het voorliggend veld.

Taakgebieden
De Jeugdprofessional heeft taken op de volgende gebieden:

  • Contact met en op vindplaatsen
  • Vraagverheldering
  • Lichte opvoedingsondersteuning
  • Bepalen van de benodigde ondersteuning
  • Uitvoeren of regelen van ondersteuning
  • Regievoering
  • Toeleiding
  • Informatie en advies

De taakgebieden zijn samengevoegd in de volgende resultaatgebieden:
Vraagverheldering en bepalen benodigde ondersteuning vormen samen het resultaatgebied Passende Zorg
Toeleiding, uitvoeren en regelen van ondersteuning en regievoering zijn het resultaatgebied Eigen Kracht.
Contact met en op vindplaatsen en informatie en advies wordt resultaatgebied Netwerken.
Daarnaast is er nog het resultaatgebied Professionalisering.

Resultaatgebieden

Passende zorg

  • Verzamelt actief benodigde informatie samen met het gezin/ systeem en andere in- en externe betrokkenen en voert gesprekken met hen.
  • Vormt zich een oordeel over de vraagstelling in relatie tot de verkregen informatie en zorgt voor een adequate vertaling naar het gezinsplan.
  • Begeleidt het gezin/systeem bij het opstellen van het gezinsplan.
  • Begeleidt het gezin/ systeem bij het vertalen van het gezinsplan in concrete acties ter versterking van het gezin/ systeem.
  • Signaleert knelpunten die de (mogelijke) veiligheid van het kind/ de jongere in gevaar brengen en onderneemt, in relatie tot en afstemming met het gezin/systeem, op basis hiervan passende actie.
  • Besluit zo nodig tot het inzetten van niet vrij toegankelijke zorg.

Eigen kracht

  • Ondersteunt het gezin/ systeem bij de uitvoering van het gezinsplan.
  • Geeft zelf invulling aan de lichte opvoedingsondersteuning.
  • Creëert een netwerk rondom het gezin/ systeem zodat eigen kracht optimaal kan ontstaan.
  • Bewaakt samen met het gezin/systeem de voortgang en de gewenste resultaten en ondersteunt de bijstelling van het gezinsplan waar nodig.
  • Ondersteunt de evaluatie van de ingezette hulp.
  • Signaleert knelpunten die de (mogelijke) veiligheid van het kind/ de jongere in gevaar brengen en onderneemt, in relatie tot en afstemming met het gezin/systeem, op basis hiervan passende actie.

Netwerken

  • Bouwt voor de uitvoering van het werk een relevant intern en extern netwerk op en onderhoudt dit en weet dit zo breed mogelijk in te zetten.
  • Verzorgt voorlichting voor stakeholders op het eigen expertisegebied.
  • Werkt samen in het lokale veld voor de inzet van zorg in zowel het vrij toegankelijke als niet vrij.

Professionalering

  • Houdt de eigen expertise op peil door het volgen van ontwikkelingen op het expertisegebied.
  • Levert een bijdrage aan de vak- en beroepsontwikkeling binnen SPRING en daarbuiten.
  • Levert een bijdrage aan de doorontwikkeling van het stelsel Zorg voor Jeugd in WBW.

Functie-eisen

  • HBO diploma, passend bij het werkveld. Te denken valt aan SPH, MWD, HBOJ en HBOV.
  • Minimaal 2 jaar werkervaring met jeugdigen
  • Kennis van de ontwikkeling van jeugdigen in de verschillende fasen
  • Kennis en affiniteit met jeugd GGZ, LVB, Jeugd en Opvoeden, Passend Onderwijs
  • Een actief netwerk in de regio WBW
  • Outreachend en Systeemgericht kunnen werken
  • Ervaring in het herkennen en omgaan met veiligheidsvraagstukken
  • Kennis van het niet vrij toegankelijk veld
  • Kennis van en ervaring met triage
  • In staat te schakelen tussen vraagstukken, contexten en mensen
  • In staat jezelf te positioneren in de vrijwillige maar niet vrijblijvende hulpverlening.


Competenties

Specifieke Competenties

  • Ondernemerschap: Signaleren en zakelijk afwegen van kansen in de markt zowel voor bestaande als nieuwe producten/diensten; risico’s aangaan ten einde zakelijk voordeel te behalen.
  • Klantgerichtheid: Onderzoeken van wensen en behoeften van de klant en hiernaar handelen. Anticiperen op behoeften van klanten. Hoge prioriteit geven aan servicebereidheid en klanttevredenheid.
  • Netwerken: Het opbouwen van relaties en netwerken die van pas komen bij het realiseren van doelstellingen. Informele netwerken effectief aanwenden om zaken voor elkaar te krijgen.
  • Visie: Afstand nemen van de dagelijkse praktijk; zich concentreren op hoofdlijnen en lange termijnbeleid.
  • Omgevingsbewustzijn: Laten blijken goed geïnformeerd te zijn over maatschappelijke, politieke en economische ontwikkelingen en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie
  • Creativiteit: Met oorspronkelijke oplossingen komen voor problemen die met de functie verband houden. Nieuwe werkwijzen bedenken ter vervanging van bestaande.
  • Aanpassingsvermogen: Doelmatig blijven handelen door zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, taken, verantwoordelijkheden en/of mensen.
  • Initiatief: Kansen signaleren en er naar handelen. Liever uit zichzelf beginnen dan passief afwachten.
  • Zelfontwikkeling: Inzicht hebben in de eigen sterktes en zwakten. Op basis hiervan acties ondernemen om eigen kennis. Vaardigheden en competenties te vergroten/verbeteren en zo doende beter te presteren.
  • Resultaatgerichtheid: Het actief gericht zijn op het behalen van resultaten en doelstellingen en de bereidheid om in te grijpen bij tegenvallende resultaten.

Basiscompetenties

  • Coachen: richting en sturing geven aan een medewerker in het kader van diens taakinvulling; stijl van coachen aanpassen aan medewerker en situatie zodat betrokken medewerker zich optimaal kan ontwikkelen.
  • Probleemanalyse: signaleren van problemen; herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens; opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.
  • Oordeelsvorming: op basis van beschikbare informatie juiste en realistische conclusies trekken.
  • Organisatiesensitiviteit: onderkennen van invloed en gevolgen van eigen beslissingen of activiteiten op andere onderdelen van de organisatie; onderkennen van belangen van andere onderdelen van de eigen organisatie.
  • Luisteren: tonen belangrijke informatie op te pikken uit mondelinge mededelingen. Doorvragen; ingaan op reacties.
  • Sensitiviteit: zich bewust tonen van andere mensen en de omgeving alsmede de eigen invloed hierop. Gedrag dat getuigt van het onderkennen van de gevoelens en behoeften van anderen.
  • Overtuigingskracht: proberen anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en trachten instemming te verkrijgen door gebruik te maken van de juiste argumenten en methode.
  • Samenwerken: actieve bijdrage leveren aan een gezamenlijk resultaat of probleemoplossing, ook wanneer de samenwerking een onderwerp betreft dat niet direct van persoonlijk belang is.
  • Flexibel gedrag: indien zich problemen of kansen voordoen de eigen gedragsstijl veranderen teneinde het gestelde doel te bereiken.
elm-single-3
icon-menu icon-close Toon menu icon-search icon-close Toon zoeken icon-arrow-up Naar de top