Ambulante hulpverlening bij Spring Jeugdhulp

Stefanie werkt als jeugdprofessional bij Spring Jeugdhulp in de regio West-Brabant Oost. Hieronder vallen de gemeentes Breda, Oosterhout, Drimmelen, Geertruidenberg en Altena. Spring ondersteunt hier gezinnen met voornamelijk ambulante hulpverlening. Dit betekent dat Stefanie bij de gezinnen thuis komt. Dit maakt haar werk uniek.

Stefanie: “We komen inderdaad over het algemeen bij cliënten thuis en gaan hierbij uit van maatwerk. We kijken per situatie en per gezin wat er nodig is. Dit krijgen we ook vaak terug. Dat we doen wat nodig is. Bijvoorbeeld als een ouder overloopt. Je komt eigenlijk voor pedagogische ondersteuning voor het kind maar de ouder geeft aan: ‘dit schilderij hangt nog steeds niet op en zo ziet mijn hoofd er aan de binnenkant ook uit, ongeorganiseerd’. Je start dan met wat heeft de ouder nodig om weer orde in het hoofd te krijgen. Indien nodig slaan we zelf een spijker in de muur, zodat er ruimte ontstaat om de ondersteuning aan te gaan.

Vervolgens zoomen we verder in op wat het gezin en elk gezinslid nodig heeft. We bedenken samen  met het gezin wat er moet gebeuren en wat zij gaan uitvoeren. Niet wat wij als hulpverlening vinden dat er moet gebeuren. De gezinsleden geven invulling aan hun eigen gezinsplan.”

“We komen bij de mensen thuis, mogen dichtbij komen in een voor hen kwetsbare periode en doen daarin wat nodig is. Dat maakt ons werk uniek!”

De kracht van het gezin
“Er wordt binnen een gezin echt gekeken naar de mogelijkheden in plaats van de onmogelijkheden. Het netwerk is hierbij ook erg belangrijk. We werken oplossingsgericht. Met deze methode leer je iemand om zelf een probleem om te buigen naar een meer gewenste situatie. Deze werkwijze laat ook  zien hoe ze hun omgeving hiervoor kunnen inzetten. Er wordt vooral gekeken naar wat er al wel goed gaat in het gezin. Dit proberen we uit te vergroten.
Om erachter te komen hoe het netwerk in elkaar steekt, kunnen we gebruik maken van bijvoorbeeld.  Duplo. Als jeugdprofessional zorg je dat je verbinding maakt met de gezinsleden, door te investeren in hun interesses en belevingswereld. En je stelt jezelf op als passant en niet als iemand die dingen oplegt. De krachten zitten in het gezin zelf en die worden benut.

Aansluiten bij wat het gezin nodig heeft
Waar nodig zoeken we de samenwerking op met andere professionals en organisaties. Ik heb bijvoorbeeld wel eens een professional vanuit een andere organisatie betrokken bij een gezin waarin het christelijke geloof erg belangrijk was. Ik kan hier gedeeltelijk wel bij aansluiten, maar dit was een onderwerp dat erg belangrijk was voor het gezin en waar ik onvoldoende kennis van had. Dit was voor het gezin, maar ook voor ons als professionals erg prettig en leerzaam.

Het is ook prioriteiten stellen. Soms heb je in je hoofd een heel stappenplan. Als je merkt dat ouders en het kind een heel ander tempo lopen, dan zoek je hierin weer de verbinding op en zorg je ervoor dat je allemaal weer op hetzelfde spoor terechtkomt. Het is vooral belangrijk dat de gestelde doelen en het plan van het gezin zijn en niet van ons als hulpverlening. Bijvoorbeeld, een gezin waarbij we betrokken waren, had het nodig om het huis op orde te brengen. Dat zou voor meer rust in de manier van opvoeden en omgang met elkaar kunnen zorgen. Zij hadden bedacht dat ze spullen in een mand zouden doen en elke week zouden uitzoeken wat er met deze spullen gedaan moest worden. Dit was hun oplossing hiervoor. Iets dat het gezin zelf bedacht had en wat voor het gezin werkte.

Als de doelen worden gesteld, wordt ook besproken wanneer deze zijn behaald en wanneer het voor het gezin goed genoeg is. Dit zorgt ook wel eens voor angst, omdat de hulpverlening dan wordt afgesloten. Het is een proces waar we samen met het gezin doorheen gaan. Het uiteindelijke doel is dat het gezin vertrouwen krijgt om zelf verder te gaan met hetgeen waaraan gewerkt is.

Kwetsbaar opstellen
Het is heel dapper als een gezin zichzelf aanmeldt voor ondersteuning. Tegelijkertijd maakt het ook heel kwetsbaar om je zo open te stellen en naar jezelf te kijken. Om kennis te maken met het gezin laten we de gezinsleden vaak elkaar voorstellen. Hier komen vaak al mooie dingen uit naar voren. En het geeft een beeld van hoe de relaties er op dat moment onderling uitzien. We benoemen wat we zien en vragen hierop door. Dat is ook het voordeel van bij de mensen thuiskomen, je ziet ook de omgeving.

Jeugdigen vinden het soms spannend om in gesprek te gaan. Ook hierin zoeken we de verbinding en stemmen we af. Bijvoorbeeld door dit al wandelend te doen, wordt het al minder beladen. Als er iets wordt gedeeld wat met de ouders besproken moet worden, dan stemmen we ook samen af hoe we dit gaan aanpakken.

Het gebeurt ook geregeld dat een aanmelding gericht is op het kind. Er blijken dan toch ook zaken te spelen waar juist de ouders mee aan de slag mogen gaan. We zijn weleens gestart in een gezin waarin de hulpvraag vooral gericht was op het contact tussen vader en kind. We gingen intensief samenwerken met het gezin en gezinsgesprekken voeren. De stiefvader wilde in eerste instantie niet meewerken. Hij was wel in de ruimte aanwezig en benoemde toch zijn visie. Uiteindelijk bleek dat er in de relatie tussen het kind en de stiefvader verbetering nodig was. En niet zozeer in het contact tussen vader en kind. Door dit bespreekbaar te maken, kon de ondersteuning daarop worden gericht. Dit wierp zijn vruchten af! Het maakte dat het gezin weer snel op eigen kracht verder kon.”

 

icon-search icon-close Toon zoeken icon-menu icon-close Toon menu
icon-arrow-up Naar de top icon-search icon-close Toon zoeken